Uit het team dat deze voorbereidingen heeft getroffen probeert
een speler een boule zo strategisch mogelijk bij het but te
plaatsen. De speler die het but uitwerpt, hoeft dus niet als eerste
te spelen, het mag ook een medespeler zijn.
Het werpen gebeurt vanuit de werpcirkel, waarbij de voeten
contact met de grond moeten houden als er wordt gegooid.
Verder moet de speler die een boule speelt er goed op letten, dat
hij tijdens de worp binnen
de cirkel blijft. Voordat de boule de
grond of een andere boule heeft geraakt, mag de speler niet uit de
cirkel komen. Beide voeten dienen contact met de grond te houden. Nu
komt de
tegenpartij aan de beurt, die gaat proberen een boule
dichter bij het but te werpen.
Dit kan door een boule beter te
plaatsen of door de boule die op punt ligt weg te spelen,
bijvoorbeeld door deze boule weg te schieten. Lukt dit niet, dan
moet een nieuwe poging ondernomen worden. Dit kan zo doorgaan,
totdat alle boules van een team zijn gespeeld. In dit geval heeft het andere team vijf boules over die nog gespeeld kunnen worden en een
kans maken voor een hogere score. Lukt het de tegenpartij wel een
boule dichter bij het but te werpen, dan is het eerste team weer aan
de beurt. Je zou dus kunnen zeggen dat je moet spelen (behalve bij
aanvang van een werpronde) wanneer het andere team op punt ligt of
als het andere team geen boules meer heeft.
Als alle boules van beide teams zijn gespeeld, wordt er gekeken
hoeveel punten er zijn gescoord. Iedere boule die beter ligt dan de
beste boule van de tegenpartij levert n punt op. Een winnend team
kan zo per werpronde minimaal 1 punt en maximaal 6 punten scoren.
Het team dat de voorgaande werpronde heeft gewonnen, mag de
nieuwe werpronde beginnen. Er wordt een nieuwe werpcirkel getrokken
op de plaats waar het but het laatst lag. Het team dat als eerste 13
punten bereikt, terwijl de tegenstander geen boules meer heeft te
spelen, is winnaar.
Men kan de boule vanuit gehurkte, zittende stand werpen, dit kan
ook staand.
Wat de beste manier is hangt van je eigen mogelijkheden
af en van de afstand waarover de boule verplaatst moet worden.
De boules kunnen ook op verschillende manieren geworpen worden.
Laag en vlak, dus lang over de grond rollend. Dit heet een rouleau.
Heel hoog en met een dusdanige boog dat de boule vrijwel recht
naar beneden komt. Dit heet een portee. De boule rolt dan niet meer
ver door en moet dus heel dicht bij de plaats waar je hem hebben
wilt, neerkomen.
Over de tactiek bij het petanque zullen we proberen iets te
vertellen.
Leer je eigen kansen inschatten; kan ik de boule die op punt ligt
verbeteren door te plaatsen of moet ik schieten om die boule weg te
halen, met het risico dat de tegenstander een volgende boule weer
net zo mooi op punt legt?
Meestal zijn we er op gefixeerd om zelf een punt te scoren, maar
soms kan het goed zijn om te voorkomen dat de tegenpartij veel
punten scoort.
Als we te veel boules moeten spelen om het punt van de
tegenstander te verbeteren is het vaak beter om te zorgen dat je het
de tegenstander moeilijk maakt, bijvoorbeeld door naast of voor het
but te plaatsen (of nog liever voor de boules van de tegenstander)
dan doorgaan in het proberen hun punt te verbeteren.
Vaak is een biberon, een boule die tegen het but aan kleeft, een
goede bal. De tegenstander zal dan schieten en als hij de boule
raakt, verplaatst hij ook het but en ontstaat er een nieuwe
situatie.
Een devant-de-boule (jouw boule kleeft tegen de beste van de
tegenstander) levert je tegenstander problemen op. Wanneer hij
schiet om jouw boule te verwijderen, gaat zijn eigen boule ook mee
en heeft hij dus minder punten.
Christian Marty onderscheidt 3 fasen in een partij. De eerste
fase loopt van 0 tot 7 punten, het verkennen van het terrein en de
tegenstander. Hoe speel je zelf op dit terrein en hoe sterk is je
tegenstander. Dus welke tactiek moet je toepassen. Het
middengedeelte van de partij is zeer kort, eigenlijk alleen maar de
punten 8 en 9. Zodra je hier bent kun je de partij in n goede
werpronde (mene) beslissen. Of erger: in een slechte mene beslist je tegenstander de partij in zijn voordeel. Vanaf het 10 e punt is de
partij echt in haar eindfase. Er wordt nogal eens geadviseerd dan
altijd offensief te spelen om te proberen als eerste bij het 13 e
punt te komen.
Maar blijf je eigen kansen goed inschatten: te overmoedig spel
wordt meestal afgestraft. Vier boules verspelen op een goed punt van
je tegenstander kan hem veel voordeel opleveren.
*Uitgave het Spectrum, 2 e druk 1998 isbn 90 274 6445 6
Jeu de Boules: een sport voor het gehele jaar!
Jeu de Boules is een buitensport, er zijn echter ook enkele
riante binnenaccommodaties speciaal aangelegd voor deze sport. De
binnenaccommodaties zijn verwarmd en van aangepaste verlichting
voorzien.
Bewegen en buitenlucht: goed voor uw gezondheid!
Velen bewegen te weinig in de buitenlucht. Jeu de Boules wordt
van april tot en met september buiten gespeeld. Gezonde buitenlucht,
want deze sport speelt men meestal op terreinen in een bosrijke
omgeving. Evenals de meeste sporten is Jeu de Boules een
bewegingssport, die een beroep doet op uw conditie.
Jeu de Boules: sociaal contact!
Jeu de boules is een sport voor alle leeftijden. Voor jong en
oud, voor dames en heren. Men speelt met en tegen elkaar. Deze sport
is een ideaal tegenwicht tegen de dagelijkse beslommeringen in
beroep en gezin. Velen ervaren dat dan ook aan den lijve.
Gezondheidsoverwegingen en sociaal contact kunnen redenen zijn de
Jeu de Boules-sport te beoefenen.
Ontspanning door sport!
Sport bedrijven is een goede en gezonde afleiding. Vooral Jeu de
Boules is een sport die voor goede ontspanning zorgt, omdat men deze
sport zowel recreatief als in competitieverband kan doen.