![]() |
PETANQUE |
![]() |
|
|
||
|
Internationaal Spelreglement Pétanque ---------------------------------- ALGEMEEN ----------------------------------
--------------------------------- SPEL EN BUT ---------------------------------
----------------------------------- BOULES ------------------------------------
---------------------------- PUNTEN EN METINGEN ----------------------------
--------------------------------- DISCIPLINE ----------------------------------
-------------------------------------------------------------------------------- ALGEMEEN ARTIKEL 1 Petanque is een sport waarbij partijen worden gespeeld tussen equipes van:
Ook zijn partijen mogelijk tussen:
Bij triplettes beschikt iedere speler over twee boules. Bij doublettes en enkelspel beschikt iedere speler over drie boules. Een andere equipesamenstelling is niet toegestaan. ARTIKEL 2 Petanque wordt gespeeld met door de FIPJP goedgekeurde boules die:
Naam en voornaam van de speler, of zijn initialen, mogen echter in de boules worden gegraveerd, evenals diverse aanduidingen van de fabrikant, volgens de overeengekomen specificaties van het fabricageproces. ARTIKEL 2.1 Een equipe waarvan een speler schuldig wordt bevonden aan het overtreden van de regels van punt 4 van artikel 2, wordt onmiddellijk van het toernooi uitgesloten (gediskwalificeerd). In geval van getrukeerde of nagegloeide boules riskeert de speler intrekking van zijn licentie gedurende een periode waarvan de duur is vastgelegd in het reglement tuchtrechtspraak. Daarnaast kan de rechtsprekende commissie van de bond waarbij de schuldige speler is aangesloten, hem nog andere sancties opleggen. Als de boules geleend zijn en de eigenaar bekend is, wordt de laatste geschorst voor een periode waarvan de duur is vastgelegd in het reglement tuchtrechtspraak van de bond waarbij hij is aangesloten. Als een niet-getrukeerde, maar versleten of ondeugdelijk vervaardigde boule een controle niet met succes doorstaat of niet voldoet aan de eisen 1, 2 of 3 van artikel 2, moet de speler deze vervangen. Hij mag ook de hele set boules vervangen. Een door spelers ingediend protest met betrekking tot de punten 1, 2 of 3 van artikel 2 kan alleen vóór de partij worden ingediend. De spelers hebben er dus belang bij zich ervan te vergewissen dat hun boules en die van hun tegenstander aan de gestelde eisen voldoen. Een protest met betrekking tot punt 4 van artikel 2 kan gedurende de gehele partij worden ingediend, maar alleen tussen twee werpronden in. Als een dergelijk protest echter na de derde werpronde of later wordt ingediend en ongegrond blijkt, worden drie punten opgeteld bij de score van de tegenstander. Als er boules moeten worden opengemaakt, is de indiener van het protest aansprakelijk. Met name is hij gehouden de boules, als die in orde blijken te zijn, te vergoeden of te vervangen. In geen geval echter kan van hem schadevergoeding of rente worden geëist. De scheidsrechter mag te allen tijde de boules van een of meer spelers controleren. ARTIKEL 2.2 Buts zijn van hout of van kunststof. In het laatste geval dragen zij het handelsmerk van de fabrikant en heeft de FIPJP officieel erkend dat zij aan de overeengekomen specificaties van het fabricageproces voldoen. Buts hebben een diameter van tenminste 25 en ten hoogste 35 mm. Geverfde buts, ongeacht de kleur, zijn toegestaan. ARTIKEL 3 Een licentie moet voldoen aan de eisen die de bond stelt, en in het bijzonder zijn voorzien van een recente, gestempelde pasfoto en de handtekening van de houder. Voor het begin van een toernooi moet iedere speler zijn licentie tonen aan de wedstrijdleiding. Hij moet deze ook tonen op verzoek van de scheidsrechter of van zijn tegenstander, tenzij de licentie bij de wedstrijdleiding berust. ARTIKEL 4 Het but of een boules mag tijdens een partij slechts in de volgende gevallen worden vervangen:
SPEL EN BUT ARTIKEL 5 Petanque kan op ieder terrein worden gespeeld. De wedstrijdleiding of de scheidsrechter kan de equipes echter een afgebakend terrein toewijzen. In dat geval moet dit terrein, voor nationale kampioenschappen (op nationaal niveau) en internationale toernooien, tenminste 4 m breed en 15 m lang zijn. Voor andere toernooien kan de bond afwijkingen van deze afmetingen toestaan, tot een minimum van 3 bij 12 m. Als het terrein van een afzetting is voorzien, moet de afstand tussen deze afzetting en de grens van niet-toegestaan terrein (de uitlijn of verlieslijn) ten minste 30 cm bedragen. De afstand tussen de afgebakend terreinen en de uitlijn bedraagt ten hoogste 4 m. Deze regels gelden vanzelfsprekend ook voor een finaleterrein. Een partij gaat tot en met 13 punten. In voorronden en cadragepartijen kan eventueel worden gespeeld tot en met 11 punten. ARTIKEL 6 Begin van de werpronde (mène); de werpcirkel De equipes tossen om te bepalen welke equipe het terrein kiest. Deze equipe heeft tevens het recht het but als eerste uit te werpen zolang geen der partijen nog punten behaald heeft. Daarna wordt het but als eerste uitgeworpen door een speler van de equipe die als laatste een of meer punten heeft behaald. Als de wedstrijdleider de equipes een terrein heeft toegewezen, moet het but op dit toegewezen terrein worden uitgeworpen. De equipes mogen niet zonder toestemming van de scheidsrechter uitwijken naar een ander terrein. Een speler van de equipe die de toss heeft gewonnen, kiest de plaats waar wordt begonnen en trekt een cirkel waar de voeten van elke speler geheel in passen; de diameter van deze werpcirkel bedraagt echter ten minste 35 en ten hoogste 50 cm. Hij moet worden getrokken op ten minste één meter van enig obstakel, op ten minste één meter van de uitlijn en, bij niet-afgebakende terreinen, op ten minste twee meter van enige andere in gebruik zijnde werpcirkel. De equipe die het but gaat uitwerpen moet alle werpcirkels in de nabijheid van de te gebruiken cirkel uitwissen. Het binnendeel van de werpcirkel mag geheel geëffend worden gedurende de werpronde, maar moet aan het eind daarvan, of in elk geval voordat de eerste boule van de volgende werpronde wordt geworpen, in de oude staat worden hersteld. De werpcirkel is geen niet-toegestaan terrein. Tijdens het uitwerpen van het but en het werpen van de boules moeten de voeten van de speler binnen de cirkellijn blijven (zij mogen deze niet deels bedekken); zij mogen de werpcirkel niet verlaten of geheel van de grond komen vóór de geworpen boule de grond raakt. Geen ander lichaamsdeel mag de grond buiten de werpcirkel raken. Bij wijze van uitzondering mogen zij die het gebruik van een been missen, met slechts één voet binnen de werpcirkel plaatsnemen. Een spelers in een rolstoel dient deze zo te plaatsen dat de werpcirkel zich midden tussen de wielen bevindt, met de voetsteun boven de voorkant van de werpcirkel. Dat een speler het but uitwerpt betekent niet dat hij ook de eerste boule moet werpen. ARTIKEL 7 Voorgeschreven afstanden bij het uitwerpen van het but Bij het uitwerpen van het but is het slechts geldig als:
In de volgende werpronde wordt het but uitgeworpen vanuit een werpcirkel die getrokken wordt rond het punt waar het lag aan het einde van de vorige werpronde, behalve als:
In het eerste geval trekt de speler de werpcirkel op de kortst mogelijke toegestane afstand van het obstakel of de uitlijn. In het tweede geval mag de speler de positie van de werpcirkel achterwaarts verplaatsen in het verlengde van de lijn tussen de werpcirkel en de positie van het but in de voorgaande werpronde, maar niet verder dan tot hij het but op de maximaal toegestane werpafstand kan uitwerpen. Dit mag alleen als het but in geen enkele richting op de maximaal toegestane werpafstand kan worden uitgeworpen. Als na drie opeenvolgende pogingen door eenzelfde equipe het but nog altijd niet reglementair is uitgeworpen, gaat het over naar de tegenstander die eveneens drie pogingen mag doen, en de werpcirkel achterwaarts mag verplaatsen zoals in de vorige alinea is beschreven. Hierna mag de werpcirkel niet meer worden verplaatst, zelfs niet als ook deze equipe niet slaagt in haar drie pogingen. In elk geval behoudt de equipe die het but na de eerste drie worpen moest afstaan, het recht de eerste boule te werpen. ARTIKEL 8 Ongeldig uitwerpen van het but Als het but bij het uitwerpen wordt tegengehouden door de scheidsrechter, een speler, een toeschouwer, een dier of een bewegend voorwerp is het niet geldig. Het but moet opnieuw worden geworpen, zonder dat deze worp meetelt als één van de drie worpen waarop de ploeg of de speler recht heeft. Indien na het uitwerpen van het but de eerste boule is gespeeld, heeft de tegenstander nog het recht de reglementaire ligging van het but te betwisten. Indien het bezwaar als geldig wordt erkend, wordt het but opnieuw geworpen en de boule opnieuw gespeeld. Wanneer de tegenstander eveneens een boule heeft gespeeld, wordt het but definitief als geldig beschouwd en is geen enkel protest meer toegestaan. Om het but opnieuw uit te werpen moeten de beide ploegen het eens zijn dat de worp ongeldig was, of dat de scheidsrechter daartoe besliste. Het is dan onmogelijk om terug te komen op de voorgaande worp. Indien een ploeg anders handelt, verliest deze ploeg het recht om het but uit te werpen. Terug naar inhoud Het Spel en But ARTIKEL 9 Het but is ongeldig in de volgende zes gevallen:
ARTIKEL 10 Het is de spelers verboden een klein obstakel dat zich op het terrein bevindt te verwijderen, te verplaatsen, in de grond te drukken of plat te stampen. De speler die het but gaat uitwerpen, mag niettemin de plek onderzoeken waar hij zijn boule wil laten neerkomen (de donnee), door daar ten hoogste drie keer met een van zijn boules op te kloppen. Bovendien mag een speler van de equipe die aan de beurt is, de inslag van de laatst gespeelde boule dichtmaken Spelers die zich niet houden aan deze regels, riskeren de volgende sancties:
ARTIKEL 11 Als het but tijdens een werpronde onverwachts wordt bedekt door een boomblad of een papiertje, wordt dat verwijderd. Als het but in beweging komt, bijvoorbeeld door de wind of de helling van het terrein, wordt het teruggelegd op zijn oorspronkelijke plaats, mits deze was gemarkeerd. Hetzelfde gebeurt als het but per ongeluk door de scheidsrechter, een speler, een toeschouwer, een boule of een but uit een andere partij, een dier of enig bewegend voorwerp wordt verplaatst. Wordt het but verplaatst door een boule uit dezelfde partij, dan blijft het geldig. Om onenigheid te voorkomen moeten de spelers de plaats van het but markeren. Protesten met betrekking tot niet-gemarkeerde buts en boules worden niet in overweging genomen. ARTIKEL 12 Als het but tijdens een werpronde naar een ander speelterrein wordt verplaatst (al dan niet afgebakend), blijft het geldig, tenzij artikel 9 van toepassing is. Als het but terechtkomt op een terrein waar een andere partij gespeeld wordt, wachten de spelers die met het verplaatste but spelen indien nodig tot de spelers van de andere partij hun werpronde hebben beëindigd, en maken daarna hun eigen werpronde af. Alle betrokken spelers dienen geduld en hoffelijkheid te betrachten. De equipes spelen de volgende werpronde op het aanvankelijk gebruikte terrein. ARTIKEL 13 Puntentelling bij ongeldig geworden but Als het but tijdens een werpronde ongeldig wordt, kunnen zich de volgende drie gevallen voordoen:
ARTIKEL 14
Om b. of c. te kunnen kiezen moet de plaats van het but tevoren gemarkeerd zijn geweest. Als dat niet het geval is, blijft het but liggen op zijn nieuwe plaats. Als het but wordt weggeschoten, op niet-toegestaan terrein terechtkomt, en weer op het terrein terugkomt, wordt het als ongeldig beschouwd en worden de regels van artikel 13 toegepast. ARTIKEL 15 Uitwerpen van het but nadat het buiten het aanvankelijk gebruikte terrein is geweest Als het but tijdens een werpronde buiten het aanvankelijk gebruikte terrein wordt verplaatst, wordt het in de volgende werpronde uitgeworpen vanaf het punt vanwaar het verplaatst werd, mits (zie artikel 7):
BOULES ARTIKEL 16 De eerste boule van een werpronde wordt geworpen door een speler van de equipe die als eerste het but mocht uitwerpen. Daarna werpt steeds de equipe die niet op punt ligt; als deze equipe al haar boules al geworpen heeft, mag de tegenstander zijn overgebleven boules werpen. De speler mag van geen enkel voorwerp gebruik maken noch een streepje op de grond aanbrengen, om zijn boule te geleiden of de plaatst te markeren waar hij zijn boule wil laten neerkomen. Wanneer hij zijn laatste boule werpt, mag hij in zijn andere hand geen extra boule houden. Boules moeten een voor een geworpen worden. Eenmaal geworpen boules mogen niet opnieuw worden geworpen. Boules moeten echter opnieuw worden geworpen als zij onderweg van de werpcirkel naar het but zijn tegengehouden of uit hun koers zijn geraakt door een boule of een but uit een andere partij, door een dier, door enig bewegend voorwerp, en in het geval genoemd in de tweede alinea van artikel 8. Het is verboden boules of het but te bevochtigen. Als de eerste boule op niet-toegestaan terrein terechtkomt, moet de tegenstander zijn eerste boule spelen; daarna spelen beiden om de beurt, zolang er geen boule op toegestaan terrein ligt. Als er als direct of indirect gevolg van schieten geen enkele boule meer op toegestaan terrein ligt, gelden de regels van artikel 29. ARTIKEL 17 Gedrag van spelers en toeschouwers Gedurende de tijd die een speler reglementair ter beschikking staat om zijn boule te werpen, moeten de toeschouwers en andere spelers stil zijn. De tegenstanders mogen niet lopen, gebaren, of iets anders doen dat de speler af zou kunnen leiden. Alleen zijn medespelers mogen zich tussen de werpcirkel en het but bevinden. De tegenstanders moeten zich voorbij het but of achter de speler bevinden, in beide gevallen zijwaarts van de speelrichting, en bovendien op tenminste 2 m afstand van het but en speler. Spelers die zich niet houden aan deze regels kunnen worden gediskwalificeerd als zij, na een officiële waarschuwing van de scheidsrechter, volharden in hun gedrag. ARTIKEL 18 Oefenen; boules die het afgebakende terrein verlaten Tijdens een partij mag niet worden geoefend. Een speler die zich niet aan deze regel houdt, riskeert de in artikel 10 genoemde sancties. Boules die tijdens de werpronde het afgebakende terrein verlaten, blijven geldig (tenzij artikel 19 van toepassing is). ARTIKEL 19 Een boule is ongeldig zodra hij op niet-toegestaan terrein terechtkomt. Een boule op de uitlijn is geldig; de boule is pas ongeldig als hij de uitlijn geheel is gepasseerd, dat wil zeggen als hij, recht van boven bezien, geheel voorbij de uitlijn ligt. Als de boule vervolgens op het terrein terugkomt, hetzij vanwege de helling van het terrein, hetzij na contact met een bewegend of stilstaand voorwerp, wordt hij meteen uit het spel worden genomen, en alles wat hij na het overschrijden van de uitlijn heeft verplaatst wordt op zijn oorspronkelijke plaats teruggelegd. Een ongeldige boule moet meteen worden opgeraapt en voor de betreffende werpronde uit het spel worden genomen. Als dat niet gebeurt, wordt hij automatisch geldig zodra de tegenpartij een boule gespeeld heeft. ARTIKEL 20 Als een boule na het werpen wordt tegengehouden door een toeschouwer of door de scheidsrechter, blijft hij liggen op zijn nieuwe plaats. Als een boule na het werpen wordt tegengehouden door een speler van de equipe waartoe deze boule behoort, is hij ongeldig. Als een geplaatste (gepointeerde) boule wordt tegengehouden door een tegenstander, beslist de speler de boule opnieuw te werpen of hem te laten liggen op zijn nieuwe plaats. Als een geschoten (getireerde) of weggeschoten boule wordt tegengehouden door een speler, mag zijn tegenstander beslissen:
Een speler die een bewegende boule met opzet tegenhoudt, wordt onmiddellijk uitgesloten van de rest van de partij, en met hem zijn equipe. ARTIKEL 21 Zodra het but is uitgeworpen heeft een speler ten hoogste één minuut om zijn boule te werpen. De tijd gaat in zodra het but of de laatst geworpen boule tot stilstand is gekomen, dan wel zodra een eventuele meting verricht is. Deze regels zijn na elke werpronde ook van toepassing op het uitwerpen van het but. Een speler die zich niet aan deze speeltijd houdt, riskeert de in artikel 10 genoemde sancties. ARTIKEL 22 Als een stilliggende boule door bijvoorbeeld de wind of de helling van het terrein verplaatst wordt, wordt hij teruggelegd op zijn oorspronkelijke plaats. Dit gebeurt ook als de boule per ongeluk verplaatst wordt door toedoen van een speler, de scheidsrechter, een toeschouwer, een dier of enig bewegend voorwerp. Om onenigheid te voorkomen moeten spelers de plaats van de boules markeren. Protesten met betrekking tot niet-gemarkeerde boules worden niet in overwegeing genomen; de scheidsrechter zal zich louter baseren op de feitelijke ligging van de boules op het terrein. Als echter een boule wordt verplaatst als gevolg van een in deze partij geworpen boule, blijft hij wel geldig. ARTIKEL 23 Een speler die met een boule van een ander speelt, krijgt een officiële waarschuwing. De geworpen boule blijft niettemin geldig, maar wordt, indien nodig na meting, onmiddellijk vervangen. Ingeval van herhaling in de loop van de partij wordt de boule van de speler die de fout maakte ongeldig verklaard, en alles wat als gevolg daarvan is verplaatst, wordt op zijn oorspronkelijke plaats teruggelegd. Een speler moet, vóór hij een boule werpt, deze ontdoen van elke eraan klevende substantie. Een speler die zich niet aan deze regel houdt, riskeert de in artikel 10 genoemde sancties. Spelers mogen hun geworpen boules niet vóór het einde van de werpronde oprapen. ARTIKEL 24 Een boule die niet volgens de regels is geworpen, is ongeldig, en alles wat als gevolg daarvan is verplaatst, wordt op zijn oorspronkelijke plaats worden teruggelegd, mits deze was gemarkeerd. Dit geldt ook voor een boule die vanuit een andere cirkel is geworpen dan die van waaruit het but is uitgeworpen. De tegenstander mag echter de voordeelregel toepassen en de worp alsnog geldig verklaren. De geworpen boule blijft dan geldig, en alles wat als gevolg van de worp is verplaatst, blijft op zijn nieuwe plaats liggen. PUNTEN EN METINGEN ARTIKEL 25 Om te kunnen meten is het toegestaan boules en obstakels tussen het but en de te meten boules tijdelijk weg te nemen, na hun plaats te hebben gemarkeerd. Na het meten worden de boules en obstakels op hun plaats teruggelegd. Als de obstakels niet kunnen worden weggenomen, wordt met behulp van een passer gemeten. Terug naar inhoud Punten en Metingen ARTIKEL 26 Een meting wordt verricht door de equipe die de laatste boule heeft geworpen. De tegenstander heeft altijd het recht na te meten. Ongeacht de ligging van de te meten boules en het moment in de werpronde kan de scheidsrechter worden geraadpleegd; tegen diens beslissing is geen beroep mogelijk. Metingen worden verricht met een geschikt meetinstrument, waarover beide equipes dienen te beschikken. In het bijzonder is het niet toegestaan met de voeten te meten. Een speler die zich niet aan deze regel houdt, riskeert de in artikel 10 genoemde sancties als hij na een officiële waarschuwing van de scheidsrechter volhardt in zijn gedrag. Terug naar inhoud Punten en Metingen ARTIKEL 27 Een boule die aan het einde van een werpronde wordt opgeraapt vóór het aantal punten is overeengekomen, is ongeldig, tenzij zijn plaats was gemarkeerd. Hiertegen kan niet worden geprotesteerd. Terug naar inhoud Punten en Metingen ARTIKEL 28 Bij meting verplaatsen van boules of but Het te meten punt gaat verloren voor een equipe waarvan een speler tijdens een meting het but of een van de betwiste boules verplaatst. Als de scheidsrechter tijdens een meting het but of een boule verplaatst, doet hij in alle rechtvaardigheid een uitspraak. Terug naar inhoud Punten en Metingen ARTIKEL 29 Als de twee het dichtst bij het but liggende boules even ver van het but liggen en aan verschillende equipes toebehoren, kunnen zich de volgende drie gevallen voordoen:
Als er aan het einde van een werpronde geen boules op toegestaan terrein liggen, eindigt de werpronde onbeslist. Terug naar inhoud Punten en Metingen ARTIKEL 30 Vóór meting moeten de betrokken boules en het but worden ontdaan van al wat er aan kleeft. Terug naar inhoud Punten en Metingen ARTIKEL 31 Een protest dient te worden ingediend bij de scheidsrechter worden. Indien het na het vaststellen van de uitslag van een partij wordt ingediend, wordt het niet in overweging genomen. Een equipe is verantwoordelijk voor het toezicht op de tegenstander, onder andere met betrekking tot licenties, spelerscategorie, terrein en boules. Terug naar inhoud Punten en Metingen DISCIPLINE ARTIKEL 32 Bij de loting voor het wedstrijdschema en de bekendmaking van het resultaat van deze loting moeten de spelers bij de wedstrijdtafel aanwezig zijn. Als een equipe een kwartier na de bekendmaking nog niet op het terrein aanwezig is, wordt zij bestraft met één punt, dat aan de tegenstander wordt toegekend. Voor iedere vijf minuten daarna wordt opnieuw een punt toegekend aan de tegenstander. Dezelfde sanctie wordt tijdens het toernooi opgelegd na elke loting en bij hervatting van de partijen na enige onderbreking. Een equipe die, één uur na de bekendmaking van de uitslag van de loting, nog niet op het terrein is verschenen, heeft deze partij verloren. Een onvolledige equipe mag aan de partij beginnen zonder op een afwezige speler te wachten, maar speelt zonder zijn boules. ARTIKEL 33 Als de afwezige speler na het begin van een werpronde verschijnt, mag hij niet meer aan deze werpronde deelnemen. Pas in de volgende werpronde kan hij aan de partij meedoen. Als de afwezige speler meer dan een uur na het begin van een partij verschijnt, mag hij daar niet meer aan meedoen. Als de onvolledige equipe deze partij wint, mag hij wel aan de eventuele volgende partij(en) meedoen, mits de equipe mede op zijn naam is ingeschreven. Als het toernooi in poules wordt gespeeld, mag hij, ongeacht het resultaat van deze partij, aan de eventuele volgende partij(en) deelnemen. Een werpronde wordt geacht te zijn begonnen zodra het but geldig is uitgeworpen. ARTIKEL 34 Het inzetten van een vervanger in een doublette of van een of twee vervangers in een triplette is slechts toegestaan tot het officiële startsein van het toernooi (mondeling, door middel van een fluitje, een startschot, enz.), mits niet reeds een andere equipe mede op zijn of hun naam voor het toernooi is ingeschreven. ARTIKEL 35 Bij regen wordt een begonnen werpronde afgemaakt, tenzij de scheidsrechter anders beslist. De scheidsrechter is, na overleg met de jury, als enige bevoegd ingeval van overmacht een werpronde te onderbreken of ongeldig te verklaren. Als bepaalde partijen bij de afkondiging van een nieuwe fase van het toernooi nog niet afgelopen zijn, kan de scheidsrechter, na raadpleging van de wedstrijdleiding, alle maatregelen en beslissingen nemen die hij nodig acht voor een vlot verloop van het toernooi. Spelers mogen een partij of het wedstrijdterrein niet verlaten zonder toestemming van de scheidsrechter. Als deze niet is gegeven, zijn artikel 32 en artikel 33 van overeenkomstige toepassing. ARTIKEL 36 Het verdelen van prijzen of beloningen is ten strengste verboden. Een equipe die in een partij blijk geeft aan onsportiviteit of van gebrek aan respect voor het publiek, de officials of de scheidsrechters, wordt uit het toernooi genomen. Deze diskwalificatie kan leiden tot nietigverklaring van eventueel behaalde resultaten, en tot het opleggen van de sancties als bepaald in artikel 37. ARTIKEL 37 Een speler die schuldig wordt bevonden aan wangedrag of die zich van geweld bedient jegens een official, een andere speler of een toeschouwer, riskeert een of meer van de volgende sancties, afhankelijk van de ernst van de overtreding:
Een sanctie die wordt opgelegd aan een schuldig bevonden speler, kan ook worden opgelegd aan zijn medespelers. Sanctie 1 en 2 worden opgelegd door de scheidsrechter. Sanctie 3 wordt opgelegd door de wedstrijdleiding, die de vervallen prijzen en beloningen, vergezeld van een verslag, binnen 48 uur aan de bond stuurt, die over de bestemming ervan beslist. In alle gevallen ligt de uiteindelijke beslissing bij de commissie tuchtrechtspraak van de bond. ARTIKEL 38 Scheidsrechters die zijn aangewezen om een toernooi te leiden, moeten toezien op de strikte toepassing van het spelreglement en de administratieve regelingen die het completeren. Zij kunnen spelers of equipes diskwalificeren die weigeren zich bij hun beslissingen neer te leggen. De scheidsrechter rapporteert toeschouwers die een licentie bezitten of door de bond geschorst zijn, en die door hun gedrag incidenten op het terrein veroorzaken, aan de bond. Deze maakt een tuchtzaak tegen betrokkenen aanhangig bij de commissie tuchtrechtspraak, die over de schuldvraag beslist en op te leggen straffen vaststelt. ARTIKEL 39 Gevallen waarin dit reglement niet voorziet, worden voorgelegd aan de scheidsrechter die ze kan doorverwijzen naar de jury van het toernooi. Tegen deze beslissingen van de jury is geen beroep mogelijk. Een jury bestaat uit ten minste drie en ten hoogste vijf leden. Als de stemmen staken, is de stem van de voorzitter van de jury doorslaggevend. Spelers dienen correct gekleed te zijn (een ontbloot bovenlichaam of blote voeten zijn niet toegestaan). Spelers die zich niet houden aan deze regel kunnen, na een officiële waarschuwing van de scheidsrechter, worden gediskwalificeerd. Het internationaal spelreglement petanque is aangenomen door het congres van de Fédération Internationale de Pétanque et Jeu Provençal op 3 oktober 2002 te Grenoble. De Nederlandse vertaling is goedgekeurd door het bestuur van de Nederlandse Jeu de Boules Bond op 13 mei 2003, dat op 28 augustus 2003 een verduidelijking van artikel 6 heeft toegestaan. Deze vertaling is met ingang van 1 september 2003 van toepassing bij alle onder auspiciën van NJBB te houden toernooien. |
||